Langenboom 18 november 2007


Aan: fracties gemeenteraadsleden Mill en St. Hubert


Betreft: Geurgebiedsvisie

Geachte Mevrouw / Geachte Heer,

Afgelopen week hebben wij, net als u, de Geurgebiedsvisie onder ogen gekregen.
Een rapport dat flink wat tijd kost om grondig te bestuderen, zelfs wanneer je al goed ingelezen bent in de materie.
Wij aarzelen dan ook om u lastig te vallen met nog meer tekst.
Dat zouden we ook zeker niet doen, indien de inhoud van dit rapport daar geen aanleiding toe zou geven. Wij hadden gehoopt gerustgesteld te worden en te kunnen vertrouwen op een goed en weloverwogen voorstel voor een verordening geurhinder voor alle (of tenminste zoveel mogelijk) betrokkenen, passend binnen alle doelstellingen van de reconstructiewet.
Het tegendeel is het geval.
We zijn nog ongeruster geworden.
Wij lezen dat hoofdzakelijk en haast eenzijdig is ingezet op één hoofddoel van de reconstructie: bieden van perspectief en ruimte aan de landbouw (pag. 16), en nauwelijks op de andere hoofddoelen (leefbaarheid en natuurontwikkeling).
Het resultaat is het optimaal bieden van ruimte voor uitbreidingsmogelijkheden (en/of behouden) voor veehouderijen, maar met een forse verslechtering van de geursituatie t.o.v. de huidige situatie als gevolg.

Wij hechten eraan dit onder uw aandacht te brengen, naast een aantal hieronder te noemen vragen en opmerkingen:


1. Het milieudoel staat in de reconstructiewet als volgt omschreven:
* Verminderen van belasting met ammoniak van kwetsbare en zeer kwetsbare gebieden;
* Verminderen van het percentage stankgehinderden tot 12% van de bevolking in 2003;
* Verminderen van het percentage ernstig stankgehinderden tot 0% van de bevolking in 2010.

In de huidige gebiedsvisie is dit doel op merkwaardige wijze getransformeerd tot: ‘Verbeteren geursituatie t.o.v. autonome ontwikkeling en daar waar mogelijk t.o.v. de huidige situatie’. Dit is een heel ander uitgangspunt en niet wat daadwerkelijk afgesproken is. Dit is niet conform de reconstructiewet!!Kan dit zomaar??

2. Uit de maximale quickscan (worstcase-scenario) blijkt dat onder invloed van de wettelijke normen (volgens dit rapport: 3 en 14) ‘zeer veel geurknelpunten onstaan. In bijna alle kernen ontstaat mogelijk qua geur een slecht woon- en leefklimaat. Daarnaast kan het geurniveau in het hele buitengebied onacceptabel worden’ (pag. 25). En dan wordt uiteindelijk de normering 2/3-12-14 voorgesteld!!! Wat scheelt dat nou helemaal???

3. Gezondheid! Volgens hoogleraar universiteit Wageningen Groot Koerkamp, deskundige op het gebied van luchtwassers, is met biologische en chemische wassers 80 – 90% van de ammoniak tegen te houden, 90% van de ruwe stof kan worden weggewassen, maar van fijnstof kan maar 40-60% worden tegengehouden. Dit is vooral iets om ons zorgen over te maken.

4. De tabel van pag. 41 laat een opmerkelijke verslechtering zien in variant 3 t.o.v. de huidige situatie. Verder vraagt deze tabel om de nodige toelichting, lijkt ons.

5. In de tabel op pag. 33 wordt uitgegaan van een heel ander woon/leefklimaat dan de tabel van GGD (GGD-richtlijn Geurhinder, oktober 2002). Bij GGD staat 3 OU voor ‘tamelijk slecht’, 12 OU voor ‘slecht’ en 14 OU voor ‘zeer slecht’.

6. Uitstoot stank wordt grotendeels gereduceerd door luchtwassers, indien deze gebruikt worden: welke controlemaatregelen worden genomen? In de vergunning voor een bedrijf dient een verplichting te komen aangaande gebruik van gecombineerde luchtwassers (stank, ammoniak) en hierop dient controle uitgeoefend te worden via stroomverbruik.

7. Waarom geen maximering vaststellen voor omvang van een bedrijf m.b.t. aantal dieren (varkens of kippen), zodat ook geurhinder beperkt wordt??

8. Waarom geen garantie voor weren externe bedrijven, dus van buiten de gemeente, in verwevings- of LOG-gebied??

9. Zoals bekend zijn er nog andere bijkomende bronnen van overlast: breivoerinstallaties, verkeersdruk vrachtverkeer en verkeersveiligheid. Daarover niets in dit rapport. Hoe kunnen breivoerinstallaties worden meegerekend bij de emissie van stank? Bekend is dat deze een zeer zure lucht uitstoten en voor flink wat overlast kunnen zorgen.

10. Waarom is de “Gemertse” variant van 1,5 in kernen en 14 in buitengebied, of nog mooier: 1,5 in kernen, 6 in verwevingsgebied en 14 in LOG niet doorberekend?

11. Indien het verwevingsgebied geurnorm 12 krijgt, is dit nauwelijks een significant verschil met 14 in het LOG. Zo wordt het eigenlijk rondom de kernen en natuurgebieden één groot LOG. Juist de norm in de verwevingsgebieden zou lager moeten om extensiveringsgebieden te beschermen.

12. Gebiedsvisie: waarom niet inzichtelijker gemaakt door kaarten op groot formaat uit te voeren? Dit A4-formaat geeft enkel rode vlekken, maar geen precieze details. Maar, na grondige bestudering lijkt het voorgestelde normen scenario van 2/3-12-14 bijna evenveel rode vlekken te vertonen als het 3-14-scenario. Bij dit laatste scenario wordt geconcludeerd dat ‘de geursituatie in de toekomst zeer waarschijnlijk zal verslechteren’. In Mill en St. Hubert zal het aantal geurgehinderden stijgen met 486%! Met het voorgestelde scenario probeert men de pijn te verzachten: ’t valt best mee! Alsof je iemand een bloedneus slaat en zegt dat hij blij moet zijn dat je niet zijn been gebroken hebt.


Stichting Dorpsraad Langenboom zet zich in voor behoud, c.q. verbetering van de leefbaarheid. Deze is onziens in het geding. Dat wij spreken namens velen mag blijken uit een bloemlezing van reacties op onze LOGwebsite die we als bijlage toevoegen.

Namens Dorpsraad Langenboom,
Paul Vogels, voorzitter.

Langenboom, 18 november 2007




Aan : Burgemeester en Wethouders
van gemeente Mill en st.Hubert ca
Kerkstraat 1
5451 BM Mill




Betreft : vaststelling geurverordening



Geacht College,



Zoals waarschijnlijk ook bij u bekend heeft gemeente Landerd bij monde van haar wethouder dhr. School inzake de ontwikkelingen in en om LOG Graspeel toegezegd een inspraakprocedure te volgen, waarbij de burgers hun stem/visie kunnen verwoorden. De door de burgers uitgebrachte reacties zullen worden meegenomen in een door het College van B&W én de gemeenteraad te nemen besluit. De in de Koerier gepubliceerde toezegging is bij deze ingesloten.
Om gelijkwaardigheid in besluitvormingsprocedures te hanteren, in deze - ook voor de gemeente Mill - vergaande consequenties hebbende (on)gewenste totstandkoming van een geurverordening of toekomstige vergunningverlening IV-bedrijven, willen wij u met klem verzoeken om binnen de gemeente Mill eveneens een dergelijke inspraakprocedure te hanteren.


Rekenend op uw medewerking en in afwachting van een reactie uwerzijds,


Hoogachtend,


Namens Dorpsraad Langenboom
Paul Vogels